Citaat | Hoge Raad 13 oktober 2015

Onder 2.3. Hoge Raad 13 oktober 2015

Een alinea uit Hoge Raad 13 oktober 2015, ECLI:NL:HR:2015:3025.

Bij de beoordeling van het middel dient het volgende te worden vooropgesteld. Het oordeel van de feitenrechter inzake de redelijke termijn kan in cassatie slechts in beperkte mate worden getoetst, in die zin dat de Hoge Raad alleen kan onderzoeken of het oordeel niet blijk geeft van een onjuiste rechtsopvatting en niet onbegrijpelijk is in het licht van alle omstandigheden van het geval. Van onbegrijpelijkheid zal overigens niet licht sprake zijn omdat een dergelijk oordeel sterk verweven pleegt te zijn met waarderingen van feitelijke aard die zich onttrekken aan een beoordeling door de cassatierechter. Ook het rechtsgevolg dat de feitenrechter heeft verbonden aan de door hem vastgestelde overschrijding van de redelijke termijn, kan slechts op zijn begrijpelijkheid worden getoetst (vgl. HR 17 juni 2008, ECLI:NL:HR:2008:BD2578, NJ 2008/358, rov. 3.7).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a75ddd069f73afc32ea15f46cb59c0c91251f190ed39543e0e43137486d03ade. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a75ddd069f73afc32ea15f46cb59c0c91251f190ed39543e0e43137486d03ade, en de alinea staat in dat document op bytes 9916 tot 10791.