Citaat | Hoge Raad 13 oktober 2015

Onder 2.4. Hoge Raad 13 oktober 2015

Een alinea uit Hoge Raad 13 oktober 2015, ECLI:NL:HR:2015:3025.

Het Hof heeft vastgesteld dat de redelijke termijn in drie gedingfasen aanzienlijk is overschreden en dat geen bijzondere omstandigheden aanwezig zijn die een zo langdurig tijdsverloop rechtvaardigen. Het heeft geoordeeld dat hieraan als rechtsgevolg moet worden verbonden dat het door de betrokkene aan de Staat te betalen geldbedrag ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel van € 4.894.630,52 met € 10.000,- dient te worden gematigd. Dat oordeel is in het licht van hetgeen hiervoor onder 2.3 is vooropgesteld niet onbegrijpelijk en behoefde geen nadere motivering.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a75ddd069f73afc32ea15f46cb59c0c91251f190ed39543e0e43137486d03ade. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a75ddd069f73afc32ea15f46cb59c0c91251f190ed39543e0e43137486d03ade, en de alinea staat in dat document op bytes 10871 tot 11472.