Citaat | Hoge Raad 13 oktober 2015

Onder 2.3. Hoge Raad 13 oktober 2015

Een alinea uit Hoge Raad 13 oktober 2015, ECLI:NL:HR:2015:3026.

Bij de beslissing op een verzoek tot aanhouding van de behandeling van de zaak dient de rechter een afweging te maken tussen alle daarbij betrokken belangen, waaronder het belang van de verdachte bij het kunnen uitoefenen van zijn aanwezigheidsrecht - waaronder begrepen het recht om zich in zijn afwezigheid ter terechtzitting door een daartoe uitdrukkelijk gemachtigde advocaat te doen verdedigen -, het belang dat niet alleen de verdachte maar ook de samenleving heeft bij een doeltreffende en spoedige berechting en het belang van een goede organisatie van de rechtspleging (vgl. HR 26 januari 1999, ECLI:NL:HR:1999:ZD1314, NJ 1999/294).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e2e7b42af191d81ae24d2312d6f350d9a1120a8d64e067239200230a73731d15. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e2e7b42af191d81ae24d2312d6f350d9a1120a8d64e067239200230a73731d15, en de alinea staat in dat document op bytes 10077 tot 10731.