Citaat | Hoge Raad 13 februari 2015

Onder 3.2.2 Hoge Raad 13 februari 2015

Een alinea uit Hoge Raad 13 februari 2015, ECLI:NL:HR:2015:304.

Deze strekking brengt mee dat de rechter bij de uitoefening van de bevoegdheid tot matiging rekening moet kunnen houden met een eventuele aanspraak van de werknemer op vergoeding van de wettelijke rente over de wettelijke verhoging. In het onderhavige geval was dat niet mogelijk. Het gezamenlijke beloop van de destijds gevorderde wettelijke verhoging en de thans gevorderde rente is aanzienlijk hoger dan de maximale wettelijke verhoging van 50% over de toegewezen loonsom en vergoeding wegens niet opgenomen vakantiedagen. Het voorgaande brengt mee dat [eiser] niet-ontvankelijk is in zijn vordering en dat de vordering dus ook in hoger beroep niet toewijsbaar is. (rov. 3.13)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/449735e71cdc7a3df29a484cdfca6e291aa17123525b124660e57f6f73a1cf2d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 449735e71cdc7a3df29a484cdfca6e291aa17123525b124660e57f6f73a1cf2d, en de alinea staat in dat document op bytes 10520 tot 11212.