Citaat | Hoge Raad 13 februari 2015

Onder 3.4.4 Hoge Raad 13 februari 2015

Een alinea uit Hoge Raad 13 februari 2015, ECLI:NL:HR:2015:304.

Een vordering tot vergoeding van wettelijke rente behoeft niet noodzakelijkerwijze tegelijk te worden ingesteld met de vordering tot betaling van de hoofdsom. Dat is niet anders indien het betreft rente over een verhoging uit hoofde van art. 7:625 BW. Vordert een werknemer de wettelijke rente over de verhoging in een afzonderlijke procedure, nadat de verhoging geheel of ten dele is toegewezen in een eerdere procedure waarin geen wettelijke rente over de verhoging was gevorderd, dan kan de rechter in het licht van de bijzondere omstandigheden van het geval tot het oordeel komen dat sprake is van misbruik van procesrecht, maar daarbij past de rechter terughoudendheid (vgl. HR 6 april 2012, rov. 5.1, ECLI:NL:HR:2012:BV7828, NJ 2012/233). Ook het aannemen van afstand van recht of rechtsverwerking is in een zodanig geval denkbaar.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/449735e71cdc7a3df29a484cdfca6e291aa17123525b124660e57f6f73a1cf2d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 449735e71cdc7a3df29a484cdfca6e291aa17123525b124660e57f6f73a1cf2d, en de alinea staat in dat document op bytes 13061 tot 13911.