Citaat | Hoge Raad 13 oktober 2015

Onder 4.3. Hoge Raad 13 oktober 2015

Een alinea uit Hoge Raad 13 oktober 2015, ECLI:NL:HR:2015:3043.

De klacht doet een beroep op recente rechtspraak van de Hoge Raad over in het bijzonder de kwalificeerbaarheid als witwassen van het 'verwerven of voorhanden hebben' van onmiddellijk uit eigen misdrijf afkomstige voorwerpen (vgl. HR 25 maart 2014, ECLI:NL:HR:2014:702, NJ 2014/302). Met die rechtspraak wordt gedoeld op het 'verwerven of voorhanden hebben' als bedoeld in het eerste lid onder b van art. 420bis Sr. De bewezenverklaring houdt evenwel ook in dat de verdachte van de geldbedragen "de vindplaats en de verplaatsing heeft verborgen en/of verhuld" als bedoeld onder a van het genoemde artikellid. Gelet hierop en in aanmerking genomen dat het Hof bij de kwalificatie van het bewezenverklaarde kennelijk geen zelfstandige betekenis heeft toegekend aan het "verwerven" en "voorhanden hebben" van de geldbedragen, zou de mogelijke gegrondheid van deze klacht niet tot cassatie behoeven te leiden, wegens het ontbreken van voldoende belang van de verdachte bij deze klacht.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bf67bd94a029ee6f049f3d272ca4b65e59225f10928fdbcdef623191fe1b0b67. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bf67bd94a029ee6f049f3d272ca4b65e59225f10928fdbcdef623191fe1b0b67, en de alinea staat in dat document op bytes 9687 tot 10680.