Citaat | Hoge Raad 13 oktober 2015
Onder 3.2.3. Hoge Raad 13 oktober 2015
Een alinea uit Hoge Raad 13 oktober 2015, ECLI:NL:HR:2015:3061.
Uit het proces-verbaal van aanhouding van [verdachte] blijkt het volgende: Toen de politieambtenaar aankwam werd hem aangewezen wie hij moest aanhouden, [verdachte] . Hij zag dat [verdachte] stevig door een andere man werd vastgehouden en hem bij verbalisant vandaan trok. Volgens de verbalisant zei hij nogmaals dat [verdachte] was aangehouden, maar zag hij dat [verdachte] zich niet overgaf. Als de beelden van de situatie worden bezien dan is de vraag hoe [verdachte] zich had kunnen overgeven, want [verdachte] , een kleine jongeman, werd vastgehouden door de grotere en forsere [betrokkene] . De verbalisant meldt alleen, dat hij een van dienstwegen verstrekte lange wapenstok in zijn rechterhand had. Hij vergeet te vermelden, dat hij deze ook gebruikt heeft. Kennelijk weet de verbalisant niet, dat zich daar een camera van Karel's Bar bevindt. Verbalisant meldt dat hij [verdachte] uit de armen van [betrokkene] heeft getrokken. Daarbij heeft hij gebruik gemaakt van zijn wapenstok. Het is bijzonder kwalijk, dat de verbalisant hiervan geen melding maakt in het door hem opgemaakte proces-verbaal.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e509f3315e25bed4454b23c838a7579c860099547f53741f2abc7e34e8ac0100. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e509f3315e25bed4454b23c838a7579c860099547f53741f2abc7e34e8ac0100, en de alinea staat in dat document op bytes 14024 tot 15142.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e509f3315e25bed4454b23c838a7579c860099547f53741f2abc7e34e8ac0100 | shasum -a 256