Citaat | Hoge Raad 13 oktober 2015

Onder 2.3.3. Hoge Raad 13 oktober 2015

Een alinea uit Hoge Raad 13 oktober 2015, ECLI:NL:HR:2015:3076.

In beide situaties geldt dat indien de rechter-commissaris oordeelt dat stukken van de advocaat of notaris in beslag mogen worden genomen, deze meestal niet ter beschikking van de officier van justitie worden gesteld, maar worden verzegeld. Er wordt gewacht of de geheimhouder tegen de beslissing van de rechter-commissaris een klaagschrift indient bij de rechtbank - conform artikel 552a Sv -, en zo ja, totdat op dit klaagschrift is beslist. Daarmee wordt voorkomen dat tussentijdse, achteraf als onrechtmatig beoordeelde, kennisneming van de inhoud van stukken gevolgen heeft voor de bewijsverzameling in de strafzaak. Omdat tegen de beschikking van de raadkamer in beklagzaken tevens cassatieberoep kan worden ingesteld bij de Hoge Raad, betekent dit in de huidige praktijk dat het vaak lang duurt - soms meer dan een jaar - alvorens er sprake is van een definitieve beslissing over kennisneming.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5af749dbac07b2f882eefac2a984f4c7ac708f2ff87bb986c9caad50a2833f37. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5af749dbac07b2f882eefac2a984f4c7ac708f2ff87bb986c9caad50a2833f37, en de alinea staat in dat document op bytes 13935 tot 14848.