Citaat | Hoge Raad 16 oktober 2015
Onder 2.2.4. Hoge Raad 16 oktober 2015
Een alinea uit Hoge Raad 16 oktober 2015, ECLI:NL:HR:2015:3081.
De hiervoor in 2.2.3 omschreven bezwaren tegen de oude regeling van artikel 40 van de Wet en ook voor het overige de totstandkomingsgeschiedenis van het huidige artikel 40 van de Wet geven geen aanleiding om te veronderstellen dat de wetgever heeft beoogd de werking van dat artikel met ingang van 1 januari 2001 te beperken door de voorheen bestaande mogelijkheid tot aansprakelijkstelling van lichamen te laten vervallen. Anders dan het Hof heeft geoordeeld verzet de tekst van artikel 40, lid 1, van de Wet zich niet tegen aansprakelijkstelling van lichamen. De omstandigheid dat op grond van de wettekst ook eventuele door de partner of bloedverwanten in de rechte lijn gehouden aandelen moeten worden meegeteld voor de beoordeling of sprake is van een aandelenbezit van ten minste een derde van het geplaatste aandelenkapitaal, sluit niet uit dat op grond van de wettekst een aandelenbezit van dergelijke omvang ook kan worden gehouden door een lichaam.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/67fa35c4a39dd29a190e03c88887fb6d324809d95ff5121bbf6acf33e6e3621b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 67fa35c4a39dd29a190e03c88887fb6d324809d95ff5121bbf6acf33e6e3621b, en de alinea staat in dat document op bytes 10183 tot 11155.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/67fa35c4a39dd29a190e03c88887fb6d324809d95ff5121bbf6acf33e6e3621b | shasum -a 256