Citaat | Hoge Raad 16 oktober 2015
Onder 3.1 Hoge Raad 16 oktober 2015
Een alinea uit Hoge Raad 16 oktober 2015, ECLI:NL:HR:2015:3094.
(ii) De debiteuren van [A] betaalden op een bankrekening (hierna: de zakelijke rekening) die door ICF specifiek voor [A] werd aangehouden bij ING Bank N.V. (hierna: ING). Tot zekerheid voor de nakoming van al hetgeen [A] aan ICF verschuldigd is of zal worden (uit welken hoofde dan ook) heeft ICF een eerste pandrecht op alle vorderingen van [A] op haar debiteuren verkregen. [A] heeft ICF gevolmachtigd om steeds op elk door ICF gewenst moment alle vorderingen van [A] op haar debiteuren namens [A] aan ICF te verpanden. Op basis van deze volmacht heeft ICF laatstelijk op 20 juni 2011 de vorderingen van [A] op haar debiteuren aan zichzelf verpand.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/35a22ef5247ce2a55d61af0c915e27b712798f62e6318d82b1cc929faadd793c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 35a22ef5247ce2a55d61af0c915e27b712798f62e6318d82b1cc929faadd793c, en de alinea staat in dat document op bytes 8706 tot 9369.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/35a22ef5247ce2a55d61af0c915e27b712798f62e6318d82b1cc929faadd793c | shasum -a 256