Citaat | Hoge Raad 16 oktober 2015

Onder 4.1 Hoge Raad 16 oktober 2015

Een alinea uit Hoge Raad 16 oktober 2015, ECLI:NL:HR:2015:3094.

De onderdelen 6-9c van het middel zijn alle rechtstreeks of indirect gericht tegen de rov. 4.5-4.7 van de rechtbank. Zij bevatten onder meer een reeks klachten over de toelaatbaarheid en rechtsgeldigheid van een overwaarde-arrangement als in de onderhavige WZA’s aan de orde. Deze onderdelen kunnen niet tot cassatie leiden, ten dele omdat zij berusten op een onjuiste rechtsopvatting, ten dele omdat zij zijn gericht tegen beslissingen van de rechtbank die niet getuigen van een onjuiste rechtsopvatting en evenmin onbegrijpelijk of onvoldoende gemotiveerd zijn. Daartoe wordt verwezen naar het heden uitgesproken arrest in de zaak 14/05050, ECLI:NL:HR:2015:3023, waarin prejudiciële vragen over de ‘faillissementsbestendigheid’ van het overwaarde-arrangement zijn beantwoord die ook voor de onderhavige zaak relevant zijn. Uit dat arrest vloeit voort dat ICF zich ter zake van haar regresvorderingen op [A] uit hoofde van de WZA’s, kan verhalen op de opbrengst van de aan haar verpande vorderingen van [A] , nu het in dit geval gaat om vóór de faillietverklaring van [A] reeds (voorwaardelijk) bestaande contractuele regresvorderingen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/35a22ef5247ce2a55d61af0c915e27b712798f62e6318d82b1cc929faadd793c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 35a22ef5247ce2a55d61af0c915e27b712798f62e6318d82b1cc929faadd793c, en de alinea staat in dat document op bytes 22410 tot 23571.