Citaat | Hoge Raad 16 oktober 2015

Onder 4.2.2 Hoge Raad 16 oktober 2015

Een alinea uit Hoge Raad 16 oktober 2015, ECLI:NL:HR:2015:3094.

Deze klacht is gegrond. De rechtbank heeft in rov. 4.1 vastgesteld dat [A] zich in WZA-II jegens ICF ertoe heeft verbonden om de door ICF uit hoofde van borgstelling aan ING Lease verrichte of nog te verrichten betalingen volledig voor haar rekening te nemen en op eerste verzoek van ICF aan ICF terug te betalen. Uitgaande van deze vaststelling heeft niet [A] , maar ICF aan ING Lease zekerheid verschaft en heeft [A] geen verplichting jegens ING Lease op zich genomen. Weliswaar is het resultaat van WZA-II dat ING Lease aanvullende zekerheid heeft verkregen voor haar vorderingen op [A] in de vorm van een borgstelling van ICF, maar alleen het beoogde resultaat van WZA-II als geheel kan niet meebrengen dat de bijdrage van [A] daarin, die voor de rechtsgeldigheid van de borgstelling niet nodig was, wordt gelijkgesteld met het door [A] verschaffen van extra zekerheid aan ING Lease. De toevoeging van de rechtbank dat partijen dit resultaat ook hadden kunnen bereiken door een tweede stille verpanding door [A] van haar vorderingen op debiteuren aan ING Lease maakt dit niet anders, nu in dat geval sprake zou zijn geweest van een constructie waarin [A] wél aan ING Lease aanvullende zekerheid zou hebben verschaft.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/35a22ef5247ce2a55d61af0c915e27b712798f62e6318d82b1cc929faadd793c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 35a22ef5247ce2a55d61af0c915e27b712798f62e6318d82b1cc929faadd793c, en de alinea staat in dat document op bytes 24308 tot 25542.