Citaat | Hoge Raad 13 februari 2015
Onder 2.4.1 Hoge Raad 13 februari 2015
Een alinea uit Hoge Raad 13 februari 2015, ECLI:NL:HR:2015:310.
De beslissing in het hiervoor in 2.3 onder (iii) genoemde arrest van 15 april 2011 ([.../...]) berust blijkens rov. 2.3 daarvan op de overweging dat de kantoorbetekening strookt met het doel en de strekking van zowel het Haags Betekeningsverdrag als de Betekeningsverordening II om op eenvoudige en snelle wijze te bewerkstelligen dat de geadresseerde die in een andere verdragstaat of lidstaat zijn woonplaats of bekend werkelijk verblijf heeft, van het stuk kennis neemt, nu zij beoogt een waarborg te scheppen dat het exploot ook werkelijk tijdig degene bereikt voor wie het is bestemd. Ook heeft de Hoge Raad in dit verband overwogen dat de advocaat aan wiens adres op de voet van art. 63 lid 1 Rv het exploot wordt betekend, is gehouden te bevorderen dat het exploot tijdig degene bereikt voor wie het is bestemd, hetgeen met de moderne communicatiemiddelen binnen de korte termijn van een week in de regel mogelijk zal zijn.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/37f48bf9bc742430c6f8738db7147091eb47b0e6a116d682b4df9b474363248e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 37f48bf9bc742430c6f8738db7147091eb47b0e6a116d682b4df9b474363248e, en de alinea staat in dat document op bytes 12846 tot 13789.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/37f48bf9bc742430c6f8738db7147091eb47b0e6a116d682b4df9b474363248e | shasum -a 256