Citaat | Hoge Raad 27 oktober 2015
Onder 2.2.2. Hoge Raad 27 oktober 2015
Een alinea uit Hoge Raad 27 oktober 2015, ECLI:NL:HR:2015:3167.
Ik heb haar vastgebonden en tape op haar mond en neus geplakt. Ik heb haar polsen vastgebonden op haar rug, toen lag ze op haar buik. [slachtoffer] leefde toen nog. Ze zei niets meer, maar ik hoorde dat ze ademde. Ze kuchte nog. Zij lag op haar buik. Ik wilde niet dat ze wegging. Ik heb het touw van de Praxis gebruikt, dat lag in de keuken. De tape kwam uit de keukenla. Daarna heb ik het bloed weggeveegd. Ik heb me verkleed voordat ik wegging met de auto. Ik weet zeker dat ze nog leefde toen ik wegging, want ik zag haar hand nog bewegen. Ik heb m'n kleding pas in de wasmachine gedaan toen ik later op de avond terug kwam.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c09cfe6458b026d73a6bf27d47cb8a0cb2301f9e4d53ef650725d0357aef9c3f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c09cfe6458b026d73a6bf27d47cb8a0cb2301f9e4d53ef650725d0357aef9c3f, en de alinea staat in dat document op bytes 8809 tot 9450.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c09cfe6458b026d73a6bf27d47cb8a0cb2301f9e4d53ef650725d0357aef9c3f | shasum -a 256