Citaat | Hoge Raad 27 oktober 2015

Onder 2.2.3. Hoge Raad 27 oktober 2015

Een alinea uit Hoge Raad 27 oktober 2015, ECLI:NL:HR:2015:3167.

In tegenstelling tot hetgeen is aangevoerd door de raadsman is naar het oordeel van het hof geen sprake van een contra-indicatie. Het hof acht het mogelijk dat de bovenbeschreven handelingen in het eerste deel van de gebeurtenissen hebben plaatsgevonden in een plotselinge woede/opwelling. Echter, naar het oordeel van het hof moet aan die plotselinge woede/opwelling een einde zijn gekomen alvorens hij overging tot de hierboven beschreven handelingen van tapen, vastbinden, verslepen en in buikligging leggen en achterlaten. Met name moet dit het geval geweest zijn toen de verdachte het telefoongesprek met zijn oom voerde waarin hij welbewust een leugen heeft verteld over de plek waar het slachtoffer zich toen bevond.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c09cfe6458b026d73a6bf27d47cb8a0cb2301f9e4d53ef650725d0357aef9c3f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c09cfe6458b026d73a6bf27d47cb8a0cb2301f9e4d53ef650725d0357aef9c3f, en de alinea staat in dat document op bytes 28257 tot 28993.