Citaat | Hoge Raad 30 oktober 2015
Onder 3.3.1 Hoge Raad 30 oktober 2015
Een alinea uit Hoge Raad 30 oktober 2015, ECLI:NL:HR:2015:3196.
Volgens onderdeel 1a van het middel heeft het hof miskend dat in het onderhavige geval, waarin de man reeds een advocaat in de arm had genomen om een procedure tot het verkrijgen van vervangende toestemming in gang te zetten, de moeder niet meer onvoorwaardelijk toestemming aan een ander dan de verwekker kon geven. Het onderdeel betoogt met beroep op de beschikking HR 31 mei 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE0745, NJ 2002/470, dat de moeder nog slechts voorwaardelijk toestemming aan haar nieuwe partner kon verlenen om de dochter te erkennen. Volgens de klacht had het hof daarom moeten beoordelen of aan de man op grond van art. 1:204 lid 3 BW vervangende toestemming tot erkenning kon worden verleend.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4301040a447197acaa7621ecfb88d057480b9f3c53ecfa4215b68f17427a98b3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4301040a447197acaa7621ecfb88d057480b9f3c53ecfa4215b68f17427a98b3, en de alinea staat in dat document op bytes 10912 tot 11625.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4301040a447197acaa7621ecfb88d057480b9f3c53ecfa4215b68f17427a98b3 | shasum -a 256