Citaat | Hoge Raad 9 januari 2015
Onder 2.5.2. Hoge Raad 9 januari 2015
Een alinea uit Hoge Raad 9 januari 2015, ECLI:NL:HR:2015:32.
Uit het hiervoor in 2.4.3 weergegeven oordeel van het HvJ volgt voorts dat degenen wier verkrijging leidt tot de heffing van het recht van overgang en degenen bij wie een zodanige verkrijging leidt tot heffing van het recht van successie, voor de toepassing van artikel 58, lid 1, letter a, EG moeten worden aangemerkt als belastingplichtigen die in dezelfde situatie verkeren. Voor zover het de verkrijging van in Nederland gelegen aan recht van overgang onderworpen zaken betreft, worden erfgenamen van ingezetenen en van niet-ingezetenen immers door de SW op de voet van gelijkheid behandeld. Het is daarom niet voor redelijke twijfel vatbaar dat artikel 58, lid 1, letter a, EG geen rechtvaardiging kan vormen om de partnervrijstelling niet toe te passen bij de heffing van het recht van overgang.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6cbf54f0355590f32b29a2d944e67fe6610b5f759645fb03e677206f25551a1f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6cbf54f0355590f32b29a2d944e67fe6610b5f759645fb03e677206f25551a1f, en de alinea staat in dat document op bytes 11938 tot 12753.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/6cbf54f0355590f32b29a2d944e67fe6610b5f759645fb03e677206f25551a1f | shasum -a 256