Citaat | Hoge Raad 3 november 2015
Onder 2.2.2. Hoge Raad 3 november 2015
Een alinea uit Hoge Raad 3 november 2015, ECLI:NL:HR:2015:3218.
Ik ben de eigenaar van het pand aan de [a-straat] [001] te [plaats] . Ik heb het pand verhuurd. De laatste huurder is in januari 2009 in het pand gegaan. Die persoon die er in ging zou een timmerbedrijf hebben genaamd [A] . Het pand is verhuurd aan [verdachte] , geboren [geboortedatum] -1962. Ik heb het pand leeg verhuurd. De betaling werd elke maand netjes overgemaakt. Eind 2009 zag ik dat er rolluiken waren geplaatst.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a75c0ca135590c9ef0609b80c785e7aef848a8cdd7cb8455d7e6e4ed29530563. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a75c0ca135590c9ef0609b80c785e7aef848a8cdd7cb8455d7e6e4ed29530563, en de alinea staat in dat document op bytes 9216 tot 9652.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a75c0ca135590c9ef0609b80c785e7aef848a8cdd7cb8455d7e6e4ed29530563 | shasum -a 256