Citaat | Hoge Raad 10 november 2015

Onder 4.2. Hoge Raad 10 november 2015

Een alinea uit Hoge Raad 10 november 2015, ECLI:NL:HR:2015:3255.

De rechtbank heeft op 3 september 2008 in de strafzaak van veroordeelde vonnis gewezen waarna op 12 april 2010 de vordering tot ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel voor de eerste keer is behandeld. Met het vorenstaande is voldaan aan het bepaalde in artikel 511b van het Wetboek van Strafvordering inhoudende dat de ontnemingsvordering zo spoedig mogelijk doch uiterlijk twee jaar na de uitspraak door het openbaar ministerie in eerste aanleg bij de rechtbank aanhangig wordt gemaakt. De zaak is daarna behandeld ter zitting van de rechtbank van 7 november 2011 en vervolgens 5 maart 2012. De beslissing van de rechtbank dateert van 16 april 2012. Van overschrijding van de redelijke termijn die is aangevangen op 3 september 2008 en volgens de raadsvrouw in november 2011 is geëindigd is dan ook geen sprake.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/758960ed818d25dd5ca5e3821ce39b0ef412bde0416075a645148898353f5dd0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 758960ed818d25dd5ca5e3821ce39b0ef412bde0416075a645148898353f5dd0, en de alinea staat in dat document op bytes 32273 tot 33113.