Citaat | Hoge Raad 10 november 2015
Onder 2.2. Hoge Raad 10 november 2015
Een alinea uit Hoge Raad 10 november 2015, ECLI:NL:HR:2015:3255.
De rechtbank stelt vast dat de hier aan de orde zijnde verdenking niet aan veroordeelde ten laste is gelegd, zodat moet worden beoordeeld of sprake is van een soortgelijk strafbaar feit. Veroordeelde zou zich samen met een ander schuldig hebben gemaakt aan oplichting door gebruik te maken van een valse salarisspecificatie en werkgeversverklaring waarmee een hypothecaire lening is aangegaan ten behoeve van het pand [a-straat 1-2] te Enschede, van welk pand veroordeelde eigenaar was. De rechtbank merkt dit feit aan als een soortgelijk feit als bedoeld in artikel 36e, tweede lid, Sr. De rechtbank oordeelt dat er op basis van de zich in dossier bevindende stukken voldoende aanwijzingen zijn dat dit feit door veroordeelde is begaan en dat veroordeelde samen met zijn mededader een wederrechtelijk voordeel heeft genoten gelijk aan de verkregen hypothecaire geldlening van € 45.378,-. De rechtbank heeft daarbij als uitgangspunt genomen de berekening zoals deze is vastgelegd in het hierboven genoemde ontnemingsrapport. De rechtbank stelt het wederechtelijk door veroordeelde genoten voordeel vast op € 22.689,-, nu zij de andere helft toerekent aan de medeverdachte.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/758960ed818d25dd5ca5e3821ce39b0ef412bde0416075a645148898353f5dd0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 758960ed818d25dd5ca5e3821ce39b0ef412bde0416075a645148898353f5dd0, en de alinea staat in dat document op bytes 7467 tot 8656.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/758960ed818d25dd5ca5e3821ce39b0ef412bde0416075a645148898353f5dd0 | shasum -a 256