Citaat | Hoge Raad 17 februari 2015

Onder 2.2. Hoge Raad 17 februari 2015

Een alinea uit Hoge Raad 17 februari 2015, ECLI:NL:HR:2015:326.

Ik ben samen met mijn man eigenaar van [C] VOF te Lemelerveld. Op 11 april 2007 kwam er een man bij ons in die zaak die interesse toonde voor een mountainbike. De man wilde op een gegeven moment een proefrit maken. Toen de man na 20 minuten niet terug kwam werd ons duidelijk dat hij de fiets waarschijnlijk niet meer terug zou komen brengen. Ik heb van dit feit aangifte gedaan op het politiebureau. De volgende dag hebben we op internet gekeken omdat we hadden gehoord dat er op internet veel fietsen te koop werden aangeboden onder de naam: Bike. Hoe het precies is gegaan weet ik niet maar via via wist mijn man dat er ook een ATB was meegenomen bij fietsenzaak [A] te Twello. Bij [A] was een Gary Fisher meegenomen. Op marktplaats.nl viel een fiets op omdat daar een dubbel merk werd genoemd, namelijk zowel Giant als Gary Fisher. Mijn man wist gelijk dat de Gary Fisher vermoedelijk de fiets was die bij [A] in Twello was gestolen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/41d60e7e728ddd685210b1a828a439549e5756fe1a4f958d5aac243e54fbc4bd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 41d60e7e728ddd685210b1a828a439549e5756fe1a4f958d5aac243e54fbc4bd, en de alinea staat in dat document op bytes 11672 tot 12622.