Citaat | Hoge Raad 17 februari 2015

Onder 2.2. Hoge Raad 17 februari 2015

Een alinea uit Hoge Raad 17 februari 2015, ECLI:NL:HR:2015:326.

Ik ben fietsenmaker bij [B] te Harderwijk. Op 20 maart 2007 kwam er een man in de winkel. Hij gaf aan op zoek te zijn naar een sportieve fiets. De man droeg de gehele tijd een zwart leren polstasje bij zich alsof hij daar geld en/of documenten in bewaarde. De man wees een Giant NRS aan en gaf aan die wel wat te vinden. Uiteindelijk zei ik tegen de man: probeer hem maar even. Tevens zei ik tegen hem: "laat dat tasje dan maar even hier". Ik dacht dan meteen iets als onderpand te hebben. De man kwam niet meer terug. Ik heb in het tasje gekeken en deze was gevuld met lege enveloppen. Het betrof een mat groen/zwarte Giant ter waarde van 1599 euro. De man zag er als volgt uit: ongeveer 35 jaar oud, 1.80 meter lang, donker kort achterover gekamd haar, rechterhand met ringen en daarin steentjes.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/41d60e7e728ddd685210b1a828a439549e5756fe1a4f958d5aac243e54fbc4bd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 41d60e7e728ddd685210b1a828a439549e5756fe1a4f958d5aac243e54fbc4bd, en de alinea staat in dat document op bytes 16034 tot 16845.