Citaat | Hoge Raad 17 februari 2015
Onder 2.2. Hoge Raad 17 februari 2015
Een alinea uit Hoge Raad 17 februari 2015, ECLI:NL:HR:2015:326.
Op 4 november 2006 kwam een voor mij onbekende man in de rijwielzaak, [D] te Nijkerkerveen. Deze man stelde zich voor als [betrokkene 6] uit Barneveld. Hij vertelde mij dat hij een fiets zocht voor zijn vrouw. Hij wilde een mountainbike kopen. Na ongeveer een half uurtje met elkaar gesproken te hebben wilde hij een proefrit maken op een mountainbike. Ik stond dit toe en ik kreeg zijn polstasje als onderpand. Ik had met hem afgesproken dat hij voor de winkel mocht fietsen. Ik ging buiten staan en ik zag toen dat hij verder fietste. De man heeft de fiets niet teruggebracht. Ik opende het polstasje dat ik als onderpand had gekregen om te kijken naar zijn naam. In het tasje zaten een stapel nieuwe witte enveloppen. Het signalement van deze man was: lengte 1.85 meter, blanke man.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/41d60e7e728ddd685210b1a828a439549e5756fe1a4f958d5aac243e54fbc4bd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 41d60e7e728ddd685210b1a828a439549e5756fe1a4f958d5aac243e54fbc4bd, en de alinea staat in dat document op bytes 17914 tot 18712.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/41d60e7e728ddd685210b1a828a439549e5756fe1a4f958d5aac243e54fbc4bd | shasum -a 256