Citaat | Hoge Raad 13 november 2015
Onder 3.5.2 Hoge Raad 13 november 2015
Een alinea uit Hoge Raad 13 november 2015, ECLI:NL:HR:2015:3299.
In deze zaak gaat het om een rechtspersoon naar Russisch recht. Het hiervoor in 3.5.1 genoemde geval kan zich echter ook voordoen ten aanzien van een rechtspersoon naar Nederlands recht. Op grond van art. 2:19 leden 5 en 6 BW geldt immers dat een ontbonden rechtspersoon ophoudt te bestaan als hij geen te vereffenen vermogen heeft dan wel, als hij zulk vermogen wel heeft, op het tijdstip waarop de vereffening van dat vermogen eindigt. In dat geval is de omstandigheid dat beslag is gelegd op vermogensbestanddelen van de rechtspersoon die vervolgens zijn overgedragen aan een derde, geen grond voor het voortbestaan van de rechtspersoon. Een overdracht in weerwil van een beslag is immers rechtsgeldig in de onderlinge verhouding van de overdragende rechtspersoon en de verkrijger, zodat die overdracht tot gevolg heeft dat de vermogensbestanddelen niet langer deel uitmaken van het vermogen van de rechtspersoon (vgl. HR 5 september 2008, ECLI:NL:HR:2008:BC9351, NJ 2009/154).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/44c09f600b623fd9a6ad271fcc9db9e3aca92bfc7207fb90e0f9e3bdede56b52. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 44c09f600b623fd9a6ad271fcc9db9e3aca92bfc7207fb90e0f9e3bdede56b52, en de alinea staat in dat document op bytes 19914 tot 20920.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/44c09f600b623fd9a6ad271fcc9db9e3aca92bfc7207fb90e0f9e3bdede56b52 | shasum -a 256