Citaat | Hoge Raad 13 november 2015
Onder 3.5.7 Hoge Raad 13 november 2015
Een alinea uit Hoge Raad 13 november 2015, ECLI:NL:HR:2015:3299.
Indien de rechtspersoon ophoudt te bestaan terwijl de hoofdzaak aanhangig is, dient de beslaglegger in de gelegenheid te worden gesteld om op de voet van art. 118 Rv de verkrijger in het geding te roepen teneinde de procedure tegen deze voort te zetten en zijn vordering daaraan aan te passen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/44c09f600b623fd9a6ad271fcc9db9e3aca92bfc7207fb90e0f9e3bdede56b52. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 44c09f600b623fd9a6ad271fcc9db9e3aca92bfc7207fb90e0f9e3bdede56b52, en de alinea staat in dat document op bytes 24044 tot 24351.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/44c09f600b623fd9a6ad271fcc9db9e3aca92bfc7207fb90e0f9e3bdede56b52 | shasum -a 256