Citaat | Hoge Raad 24 november 2015
Onder 4.2.2. Hoge Raad 24 november 2015
Een alinea uit Hoge Raad 24 november 2015, ECLI:NL:HR:2015:3309.
Het hof overweegt hiertoe dat is gebleken dat een zekere mate van misleiding aanwezig was; de verdachte en haar medeverdachten hebben de genoemde meisjes tijdens de gesprekken die zij met hen voerden, verteld dat de douane was omgekocht, dat de koffers waarin de drugs zouden worden vervoerd zouden zijn geprepareerd en dat, als zij zouden worden gesnapt, een advocaat zou worden geregeld. Het hof is echter van oordeel dat deze mededelingen, hoewel deze in zekere mate hebben bijgedragen tot de uiteindelijk genomen beslissing van de genoemde meisjes om op instigatie van de verdachte en haar medeverdachten drugs te smokkelen, daartoe niet doorslaggevend waren. Zoals reeds overwogen blijkt uit de verklaringen van de genoemde meisjes dat zij in vrijheid hebben ingestemd met de drugssmokkel, op de hoogte waren van het strafbare karakter van hun handelen, en dat zij uiteindelijk hebben ingestemd met het verzoek drugs te smokkelen omdat zij daarvoor geld zouden krijgen. Van - in rechte relevante - misleiding, dan wel misbruik van de kwetsbare positie, zoals bedoeld in het eerste onderdeel kan in casu niet worden gesproken.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dae168f7d07e0db8a4c53be684ccc8595d3cd80bd504a878534761d9f7919842. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dae168f7d07e0db8a4c53be684ccc8595d3cd80bd504a878534761d9f7919842, en de alinea staat in dat document op bytes 35168 tot 36311.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/dae168f7d07e0db8a4c53be684ccc8595d3cd80bd504a878534761d9f7919842 | shasum -a 256