Citaat | Hoge Raad 1 december 2015

Onder 3.2. Hoge Raad 1 december 2015

Een alinea uit Hoge Raad 1 december 2015, ECLI:NL:HR:2015:3431.

Het middel berust op de opvatting dat een aangifte die is gedaan naar aanleiding van 'fictieve' handel teneinde ten onrechte teruggaven van omzetbelasting te bewerkstelligen, niet heeft te gelden als een bij de belastingwet voorziene aangifte als bedoeld in art. 69, tweede lid (oud), AWR omdat zo een aangifte niet ertoe kan strekken dat te weinig belasting wordt geheven. Die opvatting is onjuist, omdat - blijkens de in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 9 weergegeven wetsgeschiedenis - de strekking dat te weinig belasting wordt geheven niet is beperkt tot de heffing ten laste van degene die zelf de verboden gedraging heeft verricht, maar dat beslissend is of die gedraging - in dit geval het ten onrechte claimen van belastingteruggaven - naar haar aard in het algemeen geschikt is om teweeg te brengen dat (in rekenkundige zin) onvoldoende belasting wordt geheven (vgl. HR 26 juni 2001, ECLI:NL:HR:2001:ZD2493).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5401735ecfa04374a3ba3070d7dfb3c1b13c27a57b199e1fb86458043c7b6259. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5401735ecfa04374a3ba3070d7dfb3c1b13c27a57b199e1fb86458043c7b6259, en de alinea staat in dat document op bytes 11505 tot 12448.