Citaat | Hoge Raad 1 december 2015
Onder 2.2.2. Hoge Raad 1 december 2015
Een alinea uit Hoge Raad 1 december 2015, ECLI:NL:HR:2015:3432.
"Deze verklaringen gaven voor mij geen aanleiding om nader onderzoek in te stellen naar het bedrijf [A] . Ik geef toe dat ik daarin nalatig ben geweest. Ik had contact moeten zoeken met de eerst verantwoordelijke mensen van [A] om aan hen te vragen of de door ons geleverde kaarten daadwerkelijk door [A] zijn ontvangen en in de boekhouding van [A] zijn verwerkt. Ik heb dat echter niet gedaan. Ik heb alleen gesproken met [betrokkene 2] welke zich presenteerde als een vertegenwoordiger van [A] . Ik heb wel het BTW-nummer van [A] geverifieerd. Ik heb nooit een uittreksel van de Belgische Kamer van Koophandel van [A] opgevraagd. (.....) Na verloop van tijd kreeg ik het vermoeden dat de door ons aan [A] geleverde telefoonkaarten via via toch op de Nederlandse markt terecht zouden komen. Gelet op het aantal door ons geleverde kaarten, en uit de verhalen die ik links en rechts opving, had ik wel een idee over waar de kaarten uiteindelijk terecht komen, in Nederland dus. Ik weet dat dit BTW-kaarten worden genoemd. Ondanks deze vermoedens zijn wij toch doorgegaan met de leveringen aan [A] . omdat het bedrijfseconomisch noodzakelijk was voor [verdachte] om deze omzet te maken. Wij konden de ontzet naar [A] niet missen."
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f10bec77bc2a0a54393b77f5685c4435b416990a99f690053c869e20640d79dd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f10bec77bc2a0a54393b77f5685c4435b416990a99f690053c869e20640d79dd, en de alinea staat in dat document op bytes 19155 tot 20397.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f10bec77bc2a0a54393b77f5685c4435b416990a99f690053c869e20640d79dd | shasum -a 256