Citaat | Hoge Raad 1 december 2015

Onder 2.2.2. Hoge Raad 1 december 2015

Een alinea uit Hoge Raad 1 december 2015, ECLI:NL:HR:2015:3432.

Het hof is van oordeel dat uit het onderzoek ter terechtzitting onvoldoende is gebleken van feiten en omstandigheden waaruit wettig en overtuigend bewijs kan worden verkregen op grond waarvan kan worden vastgesteld dat verdachte tot het moment dat op 23 juli 2003 het faxbericht inzake [D] binnen kwam (...) hiervan op de hoogte was of had moeten zijn. De enkele omstandigheden dat het vervoersbedrijf van [betrokkene 4] en [betrokkene 2] in Rotterdam gevestigd was en dat [betrokkene 2] met een Nederlands kenteken reed, acht het hof daartoe niet voldoende. Verdachte verkeerde in de veronderstelling dat [betrokkene 2] [A] vertegenwoordigde. De facturen werden bij ontvangst afgestempeld met een stempel van [A] en ook de betalingen verliepen steeds correct.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f10bec77bc2a0a54393b77f5685c4435b416990a99f690053c869e20640d79dd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f10bec77bc2a0a54393b77f5685c4435b416990a99f690053c869e20640d79dd, en de alinea staat in dat document op bytes 23678 tot 24451.