Citaat | Hoge Raad 4 december 2015
Onder 5.1.2 Hoge Raad 4 december 2015
Een alinea uit Hoge Raad 4 december 2015, ECLI:NL:HR:2015:3477.
Het onderdeel slaagt. Het hof heeft zijn oordeel gebaseerd op de omstandigheid dat de eerste grief van [verzoekster] gegrond is bevonden. Dat doet echter niet eraan af dat de beschikking van de kantonrechter, waarbij de verzoeken van [verzoekster] zijn afgewezen, is bekrachtigd. Op zichzelf terecht heeft het hof overwogen dat art. 1019h Rv niet beoogt af te wijken van de regel van art. 237 Rv, inhoudend dat kostencompensatie mogelijk is wanneer partijen over en weer op enkele punten in het ongelijk worden gesteld. Het hof heeft echter miskend dat een appellant geheel in het ongelijk wordt gesteld indien de bestreden uitspraak, waarin zijn vordering of verzoek geheel is afgewezen, wordt bekrachtigd, ook al geschiedt die bekrachtiging op andere gronden dan die waarop de eerste rechter de afwijzing heeft gegrond (zie onder meer HR 12 augustus 2005, ECLI:NL:HR:2005:AT3084, NJ 2006/98). Er is voorts geen aanleiding om aan de ‘in het ongelijk gestelde partij’ in art.1019h Rv een andere betekenis toe te kennen dan in art. 237 Rv (zie de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 3.5).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6ffdab624ec107091419c81ba6fc664e4532852b97b0fb37b9dfb4363a4524be. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6ffdab624ec107091419c81ba6fc664e4532852b97b0fb37b9dfb4363a4524be, en de alinea staat in dat document op bytes 17522 tot 18632.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/6ffdab624ec107091419c81ba6fc664e4532852b97b0fb37b9dfb4363a4524be | shasum -a 256