Citaat | Hoge Raad 20 februari 2015

Onder 2.3.5. Hoge Raad 20 februari 2015

Een alinea uit Hoge Raad 20 februari 2015, ECLI:NL:HR:2015:354.

Een rechtzoekende die meent aan het in 2.3.3 weergegeven criterium te voldoen, dient dit zo spoedig mogelijk, maar in elk geval voor het einde van de door de griffier gestelde betalingstermijn kenbaar te maken aan het gerecht. In dat verzoek dient hij terstond zijn volledige naam (voornamen en achternaam) en de adresgegevens en het burgerservicenummer van zowel zichzelf als een eventuele fiscale partner te vermelden. De griffier kan vervolgens de Raad voor rechtsbijstand verzoeken een verklaring als bedoeld in artikel 7b van de Wet op de rechtsbijstand (Wrb) af te geven. Die verklaring heeft betrekking op het kalenderjaar twee jaar voorafgaand aan het jaar waarin om afgifte van de verklaring wordt verzocht. Daarna verzoekt de griffier de rechtzoekende schriftelijk te verklaren dat de inkomensgegevens in de door de Raad voor rechtsbijstand verstrekte verklaring nog actueel zijn en dat noch hij noch zijn eventuele fiscale partner beschikken over vermogen. Indien de schriftelijke verklaring van de rechtzoekende inhoudt dat die inkomensgegevens niet meer actueel zijn, dient hij zijn verklaring met bewijsstukken te onderbouwen als hij beroep op het bestaan van betalingsonmacht handhaaft.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ed9293c29ef7db2ba7cf0c9aef0edc27f2eb2d4f0048c75eacad47da02d44d9c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ed9293c29ef7db2ba7cf0c9aef0edc27f2eb2d4f0048c75eacad47da02d44d9c, en de alinea staat in dat document op bytes 11825 tot 13039.