Citaat | Hoge Raad 15 december 2015

Onder 2.2.2. Hoge Raad 15 december 2015

Een alinea uit Hoge Raad 15 december 2015, ECLI:NL:HR:2015:3579.

Op 18 juni 2013 ben ik samen met mijn hond, een Stafford, naar het strandje gegaan op de Hellingweg. Hier was [betrokkene] en haar hondje Loekie. Ik zag een man aan komen lopen, Ik zag dat deze man een Stafford bij zich had. Deze stond echt strak in de riem. Ik weet nog dat ik een opmerking maakte naar mijn aanwezige vrienden in de trant van "zo dan lekker hondje". Ik bedoelde dat deze Stafford een opgefokte indruk maakte. Mijn vriendin [betrokkene] liep het stukje naar de waterkant gevolgd op een meter of twee door Loekie. Plotseling hoorde ik gegil en zag ik de Stafford in volle sprint komen aan rennen. Voor ik het wist had de Stafford zich vastgebeten in Loekie. Ik zag dat de Stafford Loekie uiteindelijk los liet. Ik ben naar mijn vriendin gelopen en zag dat Loekie slap in haar handen hing. Ik ben naar de eigenaar van de Stafford gelopen. De eigenaar stelde zich voor als [verdachte].

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3be21929c7e0539f87e8e6a6a055be5d06e9081a44907f2c7282d44d0a7d1a32. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3be21929c7e0539f87e8e6a6a055be5d06e9081a44907f2c7282d44d0a7d1a32, en de alinea staat in dat document op bytes 9263 tot 10175.