Citaat | Hoge Raad 9 januari 2015

Onder 3.4.3 Hoge Raad 9 januari 2015

Een alinea uit Hoge Raad 9 januari 2015, ECLI:NL:HR:2015:36.

Volgens het hof ontbreekt in het onderhavige geval het ‘bijzonder nauw verband’ tussen de vordering en de aangezochte rechter, welk vereiste in de rechtspraak van het HvJEU over art. 5, aanhef en onder 3, EEX-Vo wordt gesteld. Het geschil vloeit voort uit een fout die zou zijn gemaakt door een Tsjechische advocaat, werkzaam voor een in Tsjechië gevestigd kantoor, in de tekst van een overeenkomst, beheerst door Tsjechisch recht, die zag op de overname van een in Tsjechië gevestigde onderneming. Zowel de koper als de verkopers waren gevestigd in Tsjechië en de koopprijs werd in Tsjechische kronen betaald. Ook de arbitrage met betrekking tot het geschil over de koopprijs vond plaats in Tsjechië, de schikkingsovereenkomst is in Tsjechië ondertekend en het schikkingsbedrag is in Tsjechië betaald. Tegen deze achtergrond biedt, met het oog op de goede rechtsbedeling en nuttige procesinrichting, het enkele feit dat het schikkingsbedrag ten laste is gekomen van een in Nederland gevestigde vennootschap onvoldoende basis voor de internationale bevoegdheid van de Nederlandse rechter. (rov. 4.10)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fe78ac28649814f7e5655cfcdf918be5961b85685a321b982837a9ee0aa0659d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fe78ac28649814f7e5655cfcdf918be5961b85685a321b982837a9ee0aa0659d, en de alinea staat in dat document op bytes 17958 tot 19081.