Citaat | Hoge Raad 9 januari 2015

Onder 4 Hoge Raad 9 januari 2015

Een alinea uit Hoge Raad 9 januari 2015, ECLI:NL:HR:2015:36.

4.3.2 De bevoegdheidsregel van art. 5, aanhef en onder 3, EEX-Vo berust op het bestaan van een bijzonder nauw verband tussen de vordering en de rechter van de plaats waar het schadebrengende feit zich heeft voorgedaan of zich kan voordoen, op grond waarvan het om redenen verband houdend met een goede rechtsbedeling en nuttige procesinrichting gerechtvaardigd is dat deze rechter bevoegd is. De rechter van de plaats waar het schadebrengende feit zich heeft voorgedaan of zich kan voordoen, is immers normaliter het best in staat om uitspraak te doen, met name omdat de afstand tot het schadebrengende feit en de schade geringer is en de bewijsvoering gemakkelijker. (Vgl. HvJEU 16 mei 2013, zaak C-228/11, ECLI:EU:C:2013:305, NJ 2013/520 (Melzer/MF Global); HvJEU 3 april 2014, zaak C-387/12, ECLI:EU:C:2014:215 (Hi Hotel/Spoering)).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fe78ac28649814f7e5655cfcdf918be5961b85685a321b982837a9ee0aa0659d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fe78ac28649814f7e5655cfcdf918be5961b85685a321b982837a9ee0aa0659d, en de alinea staat in dat document op bytes 23989 tot 24837.