Citaat | Hoge Raad 9 januari 2015

Onder 4 Hoge Raad 9 januari 2015

Een alinea uit Hoge Raad 9 januari 2015, ECLI:NL:HR:2015:36.

4.3.3 Aan art. 5, aanhef en onder 3, EEX-Vo dient een “strikte uitlegging” te worden gegeven die niet verder mag gaan dan de door de EEX-Vo uitdrukkelijk voorziene gevallen (vgl. HvJEU 5 juni 2014, zaak C-360/12, ECLI:EU:C:2014:1318 (Coty Germany/First Note)). Voorkomen dient te worden dat het in art. 2 EEX-Vo neergelegde algemene beginsel dat bevoegdheid toekomt aan de gerechten van de lidstaat waar de verweerder woonplaats heeft, wordt uitgehold. Ook dient te worden voorkomen dat art. 5, aanhef en onder 3, EEX-Vo resulteert in een bevoegdheidsgrond voor de rechter van de woonplaats van de eiser, buiten de in de EEX-Vo uitdrukkelijk geregelde gevallen. (Vgl. HvJEU 27 oktober 1998, zaak C-51/97, ECLI:EU:C:1998:509, NJ 2000/156 (Réunion européenne/Spliethoff’s Bevrachtingskantoor)).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fe78ac28649814f7e5655cfcdf918be5961b85685a321b982837a9ee0aa0659d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fe78ac28649814f7e5655cfcdf918be5961b85685a321b982837a9ee0aa0659d, en de alinea staat in dat document op bytes 24949 tot 25762.