Citaat | Hoge Raad 9 januari 2015

Onder 4 Hoge Raad 9 januari 2015

Een alinea uit Hoge Raad 9 januari 2015, ECLI:NL:HR:2015:36.

4.3.6 Indien de benadeelde stelt vermogensschade te hebben geleden, kan als ‘plaats waar het schadebrengende feit zich heeft voorgedaan’ als bedoeld in art. 5, aanhef en onder 3, EEX-Vo niet worden aangemerkt de plaats waar de benadeelde stelt vermogensschade te hebben geleden als gevolg van een door hem geleden, in een andere lidstaat ingetreden aanvankelijke schade (vgl. HvJEU 19 september 1995, zaak C-364/93, ECLI:EU:C:1995:289, NJ 1997/52 (Marinari/Lloyd’s Bank)). Art. 5, aanhef en onder 3, EEX-Vo kent evenmin bevoegdheid toe aan de rechter van de plaats waar de benadeelde woont of zich het centrum van zijn vermogen bevindt op de enkele grond dat hij aldaar financiële schade heeft geleden die voortvloeit uit het in een andere lidstaat ingetreden en door hem geleden verlies van onderdelen van zijn vermogen (vgl. HvJEU 10 juni 2004, zaak C-168/02, ECLI:EU:C:2004:364, NJ 2006/335 (Kronhofer/Maier)).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fe78ac28649814f7e5655cfcdf918be5961b85685a321b982837a9ee0aa0659d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fe78ac28649814f7e5655cfcdf918be5961b85685a321b982837a9ee0aa0659d, en de alinea staat in dat document op bytes 27561 tot 28494.