Citaat | Hoge Raad 9 januari 2015

Onder 4 Hoge Raad 9 januari 2015

Een alinea uit Hoge Raad 9 januari 2015, ECLI:NL:HR:2015:36.

4.4 In de rechtspraak van het HvJEU is evenwel nog niet de vraag beantwoord of het begrip ‘plaats waar het schadebrengende feit zich heeft voorgedaan’ van art. 5, aanhef en onder 3, EEX-Vo wel het geval omvat dat in de lidstaat van de aangezochte rechter (het ‘Erfolgsort’) uitsluitend vermogensschade is ingetreden en die schade het rechtstreeks gevolg is van een onrechtmatige gedraging die zich heeft voorgedaan in een andere lidstaat (het ‘Handlungsort’), dus zonder dat die schade het gevolg is van in een andere lidstaat reeds ingetreden schade. De vraag of toepassing van art. 5, aanhef en onder 3, EEX-Vo gerechtvaardigd is indien zich in de lidstaat van de aangezochte rechter louter rechtstreekse schade aan het vermogen van de benadeelde (‘initiële vermogensschade’) voordoet, is door de Hoge Raad in een eerdere zaak aan het HvJEU voorgelegd, maar door het HvJEU niet beantwoord op de grond dat deze vraag in het voorliggende geval als zuiver hypothetisch moest worden aangemerkt (HvJEU 16 juli 2009, zaak C-189/08, ECLI:EU:C:2009:475, NJ 2011/349 (Zuid-Chemie/Philippo’s)).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fe78ac28649814f7e5655cfcdf918be5961b85685a321b982837a9ee0aa0659d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fe78ac28649814f7e5655cfcdf918be5961b85685a321b982837a9ee0aa0659d, en de alinea staat in dat document op bytes 28922 tot 30040.