Citaat | Hoge Raad 9 januari 2015
Onder 5 Hoge Raad 9 januari 2015
Een alinea uit Hoge Raad 9 januari 2015, ECLI:NL:HR:2015:36.
5.6 In de rechtspraak van het HvJEU zijn aanwijzingen te vinden voor de opvatting dat de aangezochte rechter voor het vaststellen van zijn bevoegdheid uit hoofde van de EEX-Vo dient uit te gaan van de stellingen van de eiser respectievelijk de verzoeker (vgl. HvJEU 4 maart 1982, zaak 38/81, ECLI:EU:C:1982:79, NJ 1983/508 (Effer/Kantner); HvJEU 3 april 2014, zaak C-387/12, ECLI:EU:C:2014:215 (Hi Hotel/Spoering)). Anderzijds is er steun voor de opvatting dat het recht van de verweerder om op de voet van art. 24 EEX-Vo de bevoegdheid van de aangezochte rechter te betwisten, vergt dat die rechter in zijn oordeelsvorming dienaangaande acht slaat op hetgeen de verweerder heeft aangevoerd ter betwisting van de stellingen die de eiser respectievelijk de verzoeker in verband met de rechterlijke bevoegdheid heeft ingenomen (vgl. de conclusie van de Advocaat-Generaal in de aanhangige zaak C-375/13, ECLI:EU:C:2014:2135 (Kolassa/Barclays Bank)).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fe78ac28649814f7e5655cfcdf918be5961b85685a321b982837a9ee0aa0659d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fe78ac28649814f7e5655cfcdf918be5961b85685a321b982837a9ee0aa0659d, en de alinea staat in dat document op bytes 36748 tot 37707.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fe78ac28649814f7e5655cfcdf918be5961b85685a321b982837a9ee0aa0659d | shasum -a 256