Citaat | Hoge Raad 18 december 2015
Onder 2.2.1. Hoge Raad 18 december 2015
Een alinea uit Hoge Raad 18 december 2015, ECLI:NL:HR:2015:3602.
Het Hof heeft tot uitgangspunt genomen dat de hiervoor in onderdeel 2.2 onder (i) genoemde vraag bevestigend moet worden beantwoord. Dit in cassatie niet bestreden oordeel is juist. Blijkens de wetsgeschiedenis zoals weergegeven in de onderdelen 4.7 en 4.8 van de conclusie van de Advocaat-Generaal, heeft de wetgever met de invoering van het huidige artikel 52a AWR willen bevorderen dat een belastingplichtige zo snel mogelijk duidelijkheid krijgt over de gevolgen, met name voor zijn bewijspositie, van het onbeantwoord laten van de door de inspecteur gestelde vragen. Met dit door de wetgever nagestreefde doel is in overeenstemming dat bij het oordeel over de geldigheid van een krachtens artikel 52a, lid 1, AWR vastgestelde beschikking ook kan worden betrokken of die beschikking in verband met het bepaalde in artikel 52a, lid 3, AWR als vervallen moet worden beschouwd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/45dd8baa08aa2c91d6deed880219ef5d9a9ae23784a040b3bcf2287d5f4e4c31. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 45dd8baa08aa2c91d6deed880219ef5d9a9ae23784a040b3bcf2287d5f4e4c31, en de alinea staat in dat document op bytes 10331 tot 11222.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/45dd8baa08aa2c91d6deed880219ef5d9a9ae23784a040b3bcf2287d5f4e4c31 | shasum -a 256