Citaat | Hoge Raad 18 december 2015

Onder 4.2 Hoge Raad 18 december 2015

Een alinea uit Hoge Raad 18 december 2015, ECLI:NL:HR:2015:3606.

In HR 14 april 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA5526, NJ 2000/689, is overwogen dat uit de ontstaansgeschiedenis van art. 1:88 lid 5 (destijds lid 4) BW naar voren komt dat de wetgever in het kader van de in art. 1:88 BW geregelde materie het beginsel van de gezinsbescherming belangrijk achtte en dat hij daarop weliswaar een uitzondering heeft gemaakt door lid 5 toe te voegen, doch daarbij met de woorden “mits zij geschiedt ten behoeve van de normale uitoefening van het bedrijf van die vennootschap” een wezenlijke beperking heeft beoogd. Blijkens genoemd arrest is de toestemming van de andere echtgenoot alleen dan niet vereist indien de rechtshandeling waarvoor de in art. 1:88 lid 1, aanhef en onder c, BW bedoelde zekerheid wordt verstrekt, zelf behoort tot de rechtshandelingen die in de normale uitoefening van een bedrijf plegen te worden verricht (rov. 3.4 slot).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/555bbd6d43e60543d41a797e2ad54f004ee904c5f51b522ca61397f0c4938259. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 555bbd6d43e60543d41a797e2ad54f004ee904c5f51b522ca61397f0c4938259, en de alinea staat in dat document op bytes 17327 tot 18247.