Citaat | Hoge Raad 22 december 2015

Onder 2.3. Hoge Raad 22 december 2015

Een alinea uit Hoge Raad 22 december 2015, ECLI:NL:HR:2015:3608.

a) Uit het aanvullend proces-verbaal van 14 februari 2014 blijkt dat niet meer kan worden vastgesteld wanneer de verdachte met een advocaat heeft gesproken. Het dient er dan ook voor te worden gehouden dat hij voorafgaand aan zijn politieverhoren van 2 oktober 2008 niet in de gelegenheid is geweest een raadsvrouw of raadsman te consulteren. Voorts is niet vastgesteld dat de verdachte van zijn recht op rechtsbijstand uitdrukkelijk afstand heeft gedaan. De verklaringen van de verdachte die op 2 oktober 2008 zijn afgelegd bij de Koninklijke Marechaussee dienen derhalve van het bewijs te worden uitgesloten.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ca4d5af5010ab97b3b89d3689aa3e8392beb982a216155cd9541484dc58bd5d0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ca4d5af5010ab97b3b89d3689aa3e8392beb982a216155cd9541484dc58bd5d0, en de alinea staat in dat document op bytes 14795 tot 15418.