Citaat | Hoge Raad 22 december 2015

Onder 4.2. Hoge Raad 22 december 2015

Een alinea uit Hoge Raad 22 december 2015, ECLI:NL:HR:2015:3608.

In HR 30 juni 2009, ECLI:NL:HR:2009:BH3079, NJ 2009/349 is geoordeeld dat indien een aangehouden verdachte niet dan wel niet binnen redelijke grenzen de gelegenheid is geboden om voorafgaand aan het eerste verhoor door de politie een advocaat te raadplegen, zulks in beginsel een vormverzuim oplevert als bedoeld in art. 359a Sv, dat, na een daartoe strekkend verweer, in de regel - behoudens in het geval dat de verdachte uitdrukkelijk dan wel stilzwijgend doch in ieder geval ondubbelzinnig afstand heeft gedaan van dat recht, dan wel bij het bestaan van dwingende redenen om dat recht te beperken - dient te leiden tot uitsluiting van het bewijs van de verklaringen van de verdachte die zijn afgelegd voordat hij een advocaat kon raadplegen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ca4d5af5010ab97b3b89d3689aa3e8392beb982a216155cd9541484dc58bd5d0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ca4d5af5010ab97b3b89d3689aa3e8392beb982a216155cd9541484dc58bd5d0, en de alinea staat in dat document op bytes 20093 tot 20850.