Citaat | Hoge Raad 22 december 2015

Onder 6.4.3. Hoge Raad 22 december 2015

Een alinea uit Hoge Raad 22 december 2015, ECLI:NL:HR:2015:3608.

Bij het bepalen van de ernst van het verzuim is voorts in het bijzonder van belang of de verhorende opsporingsambtenaren redelijkerwijze mochten aannemen dat niet de gelegenheid behoefde te worden geboden tot het verlenen van rechtsbijstand tijdens het verhoor. Daarbij moet in aanmerking worden genomen dat deze opsporingsambtenaren tot het onderhavige arrest niet bedacht behoefden te zijn op de onder 6.3 vermelde aanscherping van de regels betreffende de rechtsbijstand en dat niet mag worden aangenomen dat zij onmiddellijk bekend zijn geraakt met de inhoud van dit arrest en de gevolgen daarvan voor de rechtspraktijk. De Hoge Raad gaat daarom ervan uit dat met ingang van 1 maart 2016 toepassing zal worden gegeven aan de regel dat een aangehouden verdachte het recht heeft op bijstand van een raadsman tijdens zijn verhoor door de politie.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ca4d5af5010ab97b3b89d3689aa3e8392beb982a216155cd9541484dc58bd5d0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ca4d5af5010ab97b3b89d3689aa3e8392beb982a216155cd9541484dc58bd5d0, en de alinea staat in dat document op bytes 32730 tot 33591.