Citaat | Hoge Raad 18 december 2015
Onder 3.5.3 Hoge Raad 18 december 2015
Een alinea uit Hoge Raad 18 december 2015, ECLI:NL:HR:2015:3609.
Het hof zag zich gesteld voor de vraag of het aan [eiser] c.s. ingevolge art. 6 EVRM toekomende recht op toegang tot de rechter meebrengt dat ESA zich niet kan beroepen op immuniteit van jurisdictie, en welke betekenis in dit verband toekomt aan de stelling van [eiser] c.s. dat de Appeals Board het Unierecht onjuist heeft toegepast. Het hof heeft die vraag aldus beantwoord dat deze stelling onvoldoende is om te oordelen dat het wezen van het recht van [eiser] c.s. op toegang tot de rechter is aangetast. Dit oordeel moet aldus worden verstaan dat het beroep van ESA op immuniteit van jurisdictie niet afstuit op de enkele grond – welke grond door [eiser] c.s. is aangevoerd in het kader van hun beroep op art. 6 EVRM – dat de Appeals Board (beweerdelijk) het Unierecht onjuist heeft toegepast.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6735fd4a628fa0a24082d5415507ecb062e29ec3835ec3315e9dbdea87a2d19f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6735fd4a628fa0a24082d5415507ecb062e29ec3835ec3315e9dbdea87a2d19f, en de alinea staat in dat document op bytes 32463 tot 33278.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/6735fd4a628fa0a24082d5415507ecb062e29ec3835ec3315e9dbdea87a2d19f | shasum -a 256