Citaat | Hoge Raad 18 december 2015

Onder 3.4.1 Hoge Raad 18 december 2015

Een alinea uit Hoge Raad 18 december 2015, ECLI:NL:HR:2015:3627.

Onderdeel 3.4 klaagt dat het hof in de rov. 3.7-3.13 is uitgegaan van een onjuiste rechtsopvatting, althans dat het hof art. 10 EVRM op onjuiste wijze heeft toegepast dan wel onvoldoende aansluiting heeft gezocht bij de criteria die zijn ontwikkeld door het EHRM. In dit verband doen het onderdeel en de toelichting daarop met name een beroep op de uitspraken van het EHRM in de zaken Eerikaïnen c.s./Finland (EHRM 10 februari 2009, nr. 3514/02), Standard Verlags/Oostenrijk (EHRM 10 januari 2012, nr. 34702/07) en Lahtonen/Finland (EHRM 17 januari 2012, nr. 29576/09). Volgens de klacht was in elk van deze zaken sprake van een publicatie over een persoon die werd verdacht van het plegen van een strafbaar feit, waarbij de volledige naam van deze persoon werd vermeld, en heeft het EHRM telkens geoordeeld dat het resultaat van de door de nationale rechter op de voet van art. 10 lid 2 EVRM verrichte noodzakelijkheidstoets een ontoelaatbare inperking van de (journalistieke) vrijheid van meningsuiting behelsde.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/77fcb03f6b182a3a2c8e1ceb727a2bc9cd4452d847bb035e998fb628ef555f15. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 77fcb03f6b182a3a2c8e1ceb727a2bc9cd4452d847bb035e998fb628ef555f15, en de alinea staat in dat document op bytes 19302 tot 20330.