Citaat | Hoge Raad 18 december 2015
Onder 3.2.4 Hoge Raad 18 december 2015
Een alinea uit Hoge Raad 18 december 2015, ECLI:NL:HR:2015:3633.
“Op grond van artikel 37 lid 2 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering geldt dat een verzoek tot wraking schriftelijk geschiedt en gemotiveerd dient te zijn. Na de aanvang van een terechtzitting kan het verzoek ook mondeling geschieden. Uit vaste jurisprudentie (vgl. Hoge Raad 18 december 1998, LJN AD2977) volgt dat in zaken waarin verplichte procesvertegenwoordiging geldt, ondertekening door een advocaat bij een schriftelijk verzoek verplicht is. In hoger beroep is verplichte procesvertegenwoordiging vereist. Nu het verzoek niet is ondertekend door een advocaat (overigens evenmin door de man), en de man niet ter zitting is verschenen om zijn verzoek te doen, is het verzoek tot wraking niet door het hof in behandeling genomen.”
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2e35871c1bd414528672b9022c95ada0d943f754bfdc4cd11f4900c3c0c7a8ce. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2e35871c1bd414528672b9022c95ada0d943f754bfdc4cd11f4900c3c0c7a8ce, en de alinea staat in dat document op bytes 9206 tot 9960.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2e35871c1bd414528672b9022c95ada0d943f754bfdc4cd11f4900c3c0c7a8ce | shasum -a 256