Citaat | Hoge Raad 9 januari 2015

Onder 3.3 Hoge Raad 9 januari 2015

Een alinea uit Hoge Raad 9 januari 2015, ECLI:NL:HR:2015:39.

Vast staat dat partijen een vierde arbeidsovereenkomst zijn overeengekomen, doch nu voor onbepaalde tijd. Tussen partijen is niet in geschil dat boven die overeenkomst ten onrechte is vermeld: “arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd". Het feit dat partijen tegelijkertijd met het sluiten van de arbeidsovereenkomst een andere overeenkomst hebben gesloten, waarbij werd afgesproken dat genoemde arbeidsovereenkomst met wederzijds goedvinden zou worden beëindigd per 1 januari 2012, kan aan de onbepaalde duur van de (vierde) arbeidsovereenkomst niet afdoen. Van een (vierde) arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd is gelet op de bewoordingen van beide genoemde overeenkomsten derhalve geen sprake. Art. 7:668a lid 1 sub b BW mist in zoverre (directe) toepassing. (rov. 7.3)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7afc20a5c59a44fff5699c250a3860d7d56832121e2eecc33c46bfe10b632b02. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7afc20a5c59a44fff5699c250a3860d7d56832121e2eecc33c46bfe10b632b02, en de alinea staat in dat document op bytes 13326 tot 14115.