Citaat | Hoge Raad 20 februari 2015

Onder 3.2 Hoge Raad 20 februari 2015

Een alinea uit Hoge Raad 20 februari 2015, ECLI:NL:HR:2015:396.

In het onderhavige geding hebben [eiser] c.s. [verweerder] c.s. gedagvaard voor het hof, en met een beroep op art. 611d lid 1 Rv gevorderd – voor zover in cassatie van belang – dat het hof de tenuitvoerlegging van de dwangsom waartoe [eiser] c.s. zijn veroordeeld (bij het hiervoor in 3.1 onder (iii) genoemde vonnis, dat in zoverre is bekrachtigd in het hiervoor in 3.1 onder (iv) genoemde arrest), met onmiddellijke ingang zal opheffen, subsidiair de tenuitvoerlegging van die dwangsom tot een in goede justitie te bepalen termijn zal opschorten, meer subsidiair de tenuitvoerlegging van die dwangsom tot een in goede justitie te bepalen bedrag zal verminderen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d3f1d2ac6f71d602baaecc8bc667ade7ea2d41c36e9405e491044a3cea15b21e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d3f1d2ac6f71d602baaecc8bc667ade7ea2d41c36e9405e491044a3cea15b21e, en de alinea staat in dat document op bytes 11342 tot 12022.