Citaat | Hoge Raad 20 februari 2015

Onder 3.6.3 Hoge Raad 20 februari 2015

Een alinea uit Hoge Raad 20 februari 2015, ECLI:NL:HR:2015:396.

Het vorenstaande brengt mee dat de rechter uit hoofde van art. 4 lid 1 EW dient te onderzoeken of de veroordeelde sinds zijn veroordeling redelijkerwijze al het mogelijke heeft gedaan om aan de hoofdveroordeling te voldoen. De onmogelijkheid om de hoofdveroordeling uit te voeren moet dan ook in beginsel worden beoordeeld aan de hand van feiten en omstandigheden die zich hebben voorgedaan na de hoofdveroordeling. (Vgl. BenGH 29 april 2008, zaak A 2006/5/12, ECLI:NL:XX:2008:BD4245, NJ 2008/309 (Pet Center/Schouten))

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d3f1d2ac6f71d602baaecc8bc667ade7ea2d41c36e9405e491044a3cea15b21e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d3f1d2ac6f71d602baaecc8bc667ade7ea2d41c36e9405e491044a3cea15b21e, en de alinea staat in dat document op bytes 21715 tot 22247.