Citaat | Hoge Raad 6 januari 2015

Onder 3.3. Hoge Raad 6 januari 2015

Een alinea uit Hoge Raad 6 januari 2015, ECLI:NL:HR:2015:4.

Het Hof heeft vastgesteld dat de doorzoeking heeft plaatsgevonden zonder voorafgaande machtiging van de Rechter-Commissaris dan wel voorafgaande toestemming van de verdachte. In zijn overwegingen heeft het Hof als zijn oordeel tot uitdrukking gebracht dat de omstandigheid dat de doorzoeking van de woning van de verdachte, die na de doorzoeking en de inbeslagneming van de Blackberry alsnog toestemming heeft gegeven tot de doorzoeking van de woning, onrechtmatig is geweest, niet een zodanig ernstig vormverzuim oplevert dat dit moet leiden tot uitsluiting van het bewijs. Dit oordeel geeft niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk, in aanmerking genomen dat het gevoerde verweer omtrent de ernst van het verzuim en het daardoor veroorzaakte nadeel niet meer inhoudt dan dat sprake is van "een ernstige schending van een strafvorderlijke waarborg". (Vgl. HR 19 februari 2013, ECLI:NL:HR:2013:BY5321, NJ 2013/308).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ed5bb85e71d82cc9f3051a6bec5c8936a631c6565befc4029421a47209c9c7d2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ed5bb85e71d82cc9f3051a6bec5c8936a631c6565befc4029421a47209c9c7d2, en de alinea staat in dat document op bytes 15349 tot 16306.